Dankbaarheidstraining

bron: Iederal/ APG

Dank voor alle mooie reacties op het Libelle-artikel. Ik hoop oprecht dat er meer aandacht komt voor dit soort gesloten groepen, zeker als er kinderen bij betrokken zijn. Het blijft een blinde vlek in Nederland. Dáár zou het gesprek (ook) over moeten gaan.

Natuurlijk kwamen de gebruikelijke dooddoeners ook weer langs (zie ook pp. 135-136 van mijn boek), en soms zijn ze gewoon grappig. Zo kreeg ik een berichtje van een ‘sympathisant’ dat ik moest langskomen want ‘het is nu anders’, met een uitnodiging erbij van Iederal (APG) voor een ’training in dankbaarheid’. Echt, ik verzin dit niet. Alles is nu anders. En daarom word ik op 4 november in Den Haag uitgenodigd, voor een ‘gespreksdiner’ waarbij ik leer hoe ik dankbaarder kan worden. Kosten: 22 euro 50.

Een training in dankbaarheid dus. Daar moest ik toch even op kauwen… ’t Is ook voor ‘buitenstaanders’. Voor iedereen, voor Ieder-Al. Interessant… Want het APG heeft hier inderdaad expertise in, in overvloed. Maar ik denk niet dat apostelkinderen die training nodig hebben. Integendeel. In vrijwel elk lied, in elk gebed moesten wij dankbaar zijn. En dankbaar wáren we, voor het leven, voor de medemens, voor onze taak, en natuurlijk vooral voor onze eigen God en Vader, onze Apostel.

Onze Apostel… Goh, toch weer een herinnering… Onlangs vierde apostel Slok junior zijn 92ste verjaardag. Elk apostelkind dat opgroeide onder zijn Leiderschap (1984-2001) kent de datum: dat is 23/10. Net als bij zijn vader (op 21/8, tussen 1946 en 1984) werd zijn verjaardag zorgvuldig voorbereid en uitgebreid gevierd, met gescripte lange dankbetuigingen, vrolijke kleurplaten en mooie brieven, zelfgemaakte cadeautjes en uitbundige verjaardagsliederen. En met de Bijzondere Liefdesaanbieding natuurlijk: een speciale financiële bijdrage van elke volgeling tijdens de verjaardagsdienst als extra dank voor onze Levensvriend en Leidsman.

Dus. Nee. Bedankt. Zo’n dankbaarheidstraining heb ik niet nodig, en zeker niet van het APG/ Apostolisch Genootschap/ Iederal. En voor ieder die dit leest: ik ben er in 1998 uitgestapt, en kom niet meer terug, óók niet om te iederallen. Ik gun ieder z’n eigen pad, en wens iedere iederaller een fijne avond toe, maar probeer me asjb niet warm te maken voor dit soort bijeenkomsten. Van zulke uitnodigingen word ik een beetje kriegelig.

En dankbaar? Tja… dat ben ik al. Voor alle kleine dingen in het leven. Die zijn voor mij al groot genoeg. Mijn dierbaren, goede gezondheid, mooie muziek, inspirerende mensen en ideeen, kennis en kunst, lezen en schrijven, duiden en delen, een warm huis met gevulde koelkast, een stevige wandeling, een kop koffie met een stuk chocola. Misschien vergeet ik nu iets, maar dat was het wel, denk ik. Meer dan genoeg. Het lijkt simpel, en dat is het ook.

Hierboven, dit is een stukje uit het lied 9 over de geboortedag van Apostel Slok junior: 23/10/1930. Bron: bundel met kinderkoorliederen van het Apostolisch Genootschap (1990-2001).

Bron, hierboven en hieronder: Richtlijnen voor de jeugdverzorging van het APG, j 28, no 1 (besproken tijdens de Kinderkringen, najaar 1998)


Hieronder info over dankbaarheidsevenement van Iederal (november 2022)


Roerling (1) : Marions interview

bron: Intalk

Journalist Tom Veldhuijzen hoorde van psychologen en psychiaters dat veel mensen psychische klachten krijgen na het verlaten van een gesloten gemeenschap of religieuze groep. Daarom besloot hij Marion van Arragon te interviewen. Marion groeide op in Doetinchem, was lid van het Apostolisch Genootschap (1958-1975), en stapte er als 17-jarige uit. Onlangs klopte ze aan voor professionele hulp, na het lezen van het boek ‘Apostelkind’. Het platform waarop Marions interview is gepubliceerd heet InTalk. Dat is een site van allerlei GGZ-instellingen in Oost-Nederland. Marions verhaal dient als steun tijdens een behandeling, zodat mensen weten dat ze niet de enige zijn die worstelen met een dergelijk verleden, en dat er hulp is. Hier kan je haar verhaal beluisteren:

https://intalk.nl/verhalen/marions-ervaringsverhaal-over-loskomen-van-een-gesloten-religieuze-gemeenschap

Citaten uit het interview door journalist Tom Veldhuijzen met Marion van Arragon:

  • Over het genootschap: “Ik snapte de woorden niet, ging me dom voelen…ben als kind al aan mezelf gaan twijfelen” en “…dienstbaar zijn, dat betekent dat je jezelf altijd ondergeschikt maakt aan de behoefte van een ander” en “De sociale controle was enorm, iedereen controleerde elkaar” en “elke dag waren er verplichtingen” en “het leek wel of iedereen bang was” en “je was steeds aan het scannen om te ontdekken wat er nu eigenlijk van je verwacht werd.”
  • Over de apostel: “Alles moest in dienst staan van zijn welgevallen dat er op moest rusten” en “Publieke vernedering is een enorm machtsmiddel” en “Er werd een totale afhankelijkheid gecreëerd, hij zette een heel systeem op waarbinnen je zelf niet meer mocht nadenken” en “Iedereen hield van hem, zo leek het, en ik voelde dat niet dus dacht ik dat het wel aan mij moest liggen, en ging ik dus nog harder mijn best doen” en “Als je er uit zou stappen zou je als een dolende ster in het heelal verdwijnen.”
  • Over de gevolgen, ook na de uittreding: “…ik was voortdurend in dissociatie, omdat ik het anders niet aan kon” en “De boosheid van een ander triggerde bij mij gelijk iets van doodsangst” en “Als ik er bij blijf, dan ga ik dood ….omdat ik anders niet meer met mezelf kon leven” en “…ben een heel bang mens geworden …ik wist niet hoe ik moest leven” en “ik ben anderen gaan kopieeren, omdat ik niet wist hoe alles moest” en “ik kon niet bedenken wat ik zélf ergens van vond” en “ik heb een bizar grote faalangst, vanwege de angst afgemaakt te worden.”
  • Over het boek Apostelkind: “…ik heb huilend het boek gelezen, met tranen in mijn ogen, snotterend” en “ik verslond het, want nú begrijp ik het, nú begrijp ik het pas, en er kwam zo’n enorme woede in me los” en “…dacht dat ik het zelf had verzonnen, dat het bij mijn karakter hoorde, maar die angst komt dáár vandaan” en “Wat heb ik een boel onnodig leed en angst gevoeld, hoe is het mogelijk” en “ik was furieus, en moest naar buiten waar ik in de berm waanzinnig heb staan huilen” en “ik had altijd zelfcensuur, maar door het boek hoefde dat niet meer.”
  • Over de traumatherapie, ná het lezen van het boek: “een jaar na het lezen van het boek heb ik besloten om hulp te zoeken” want “nou is de beerput open, en nou heb ik mankracht nodig om hem leeg te scheppen” en “…ik heb ontdekt dat ik enorm veel aangeleerde reflexen had, die ging ik ineens van mezelf zien” en “Ik kan nu dingen doen zonder die voortdurende basisspanning” en “…heb dingen met me laten doen uit angst…misbruik…’freeze and please’ uit zelfbehoud” en “Dat neem ik het genootschap echt kwalijk: dat ze me zo’n angst voor mannen hebben aangeleerd.”
  • Over nu: “Er is geen boosheid meer… het is meer verbazing, over mensen die nog steeds niet willen zien wat er gebeurd is in dit genootschap, en wat het met ons gedaan heeft” en “Nu zeg ik iets vanuit het voelen in mijn lijf, daarvoor zat mijn hoofd ertussen, deed ik aan zelfcensuur en zat er altijd spanning bij” en “Ik heb mezelf ont-schuldigd” en “Er is voor mij geen waarheid meer, ik leef in het hier en nu, en ik ga niet meer vanuit angst bedenken wat ik zou moeten doen” en “Je hebt er lef en moed voor nodig… maar doe jezelf niet langer geweld aan, en ontdoe je van je valse identiteit. Ga ervoor.”

De roerlingen

Bron: foto van mij (Engeland, zomer 2020) door Nick Browning

Afgelopen zomer vroeg Eline Doldersum (journaliste voor o.a. Libelle) me over de impact van het boek. Ik vertelde dat ik heb genoten van het schrijfproces, en dat ’t tegelijkertijd niet makkelijk was om in dit verleden te duiken, herinneringen op te halen, en pijnlijke feiten te ontdekken. Dat ik blij was dat het verhaal nu is vastgelegd, en wat het boek teweeg heeft gebracht. “Na de publicatie durfden steeds meer mensen hun ervaringen te delen”, zei ik, “en het was heftig om al die schrijnende verhalen te horen van andere Apostelkinderen die door dezelfde mal zijn heengehaald.” Ik vertelde dat er een klachtenmeldpunt is gekomen en dat er schadevergoedingen zijn uitgekeerd voor het leed dat het Genootschap heeft veroorzaakt. Ook is het apostelambt is afgeschaft en vervangen door een nieuw bestuur.

Of dat me voldoening heeft gegeven, vroeg de journaliste, die publieke excuses en het meldpunt en de schadevergoedingen en de rest. Nou nee, zei ik, want dat is nooit mijn doel geweest. Ik wilde het verhaal begrijpen, vastleggen en delen. Openheid creeëren: er moest licht en lucht bij, niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen. Dat was dat. Dus vind ik het bijzonder dat het boek raakt, en loswoelt, en (h)erkenning geeft. En vooral dat mensen eindelijk gaan kijken, niet meer wegkijken, en daarna mét elkaar gaan praten, ex-leden én leden én de ‘buitenwereld’. Zodat er meer aandacht komt voor dit soort groepen, zeker als er sprake is van emotioneel en psychisch misbruik, en zeker als er kinderen bij betrokken zijn. De rest geeft mij geen ‘voldoening’, nee.

En toch… wat me zo ontzettend ontroert (en dan bedoel ik échte ontroering, geen aangeleerd APG-sentiment), dat zijn de lezers die zélf weer iets nieuws scheppen, met hun eigen vorm en inhoud, hun eigen geluid. Hoog tijd dus voor wat blogjes over zulke ‘roerlingen’ (sorry, dat woord bestaat niet, maar ik heb geen betere term; het zijn dus geen ‘oproerlingen’ maar mensen die mee-roeren, de boel verder helpen in beweging te zetten). Even geduld aub… Morgen, deel 1…

‘Live to express, not to impress’.

Interview in Libelle (20/10/22)

Klik hier voor het volledige interview

Mijn boek ‘apostelkind’ heeft het zwijgen doorbroken. Ruim 75 jaar lang is het Apostolisch Genootschap onbekend gebleven. En onbekend maakt niet altijd onbemind, integendeel: een zeldzaam mediaberichtje was altijd positief, want het Genootschap is een uitstekende suiker-spindoctor en zat er altijd bovenop. En bedekken met steeds weer een nieuwe mooie mantel, dat doet het Genootschap met Liefde (gesteund door geld en macht), ook na de publicatie van mijn boek.  

Ont-dekken, dat is wat nodig is, broodnodig.  Aandacht voor gesloten groepen met ziekmakende systemen blijft belangrijk. Vandaar dit interview, ruim 30 maanden na de publicatie van ‘apostelkind’, in de Libelle. Houd de fakkel brandend, en verspreid dit verhaal, niet als zaadjes diep verscholen in de aarde, maar met open vizier. De tijd van stilte en schaamte is voorbij. Als kind heb je geen keuze, als volwassene wel. 

Citaten uit het interview (20 oktober 2022) :
  • Over het genootschap: “Alles was in dienst van de groep, waardoor je ook je eigen grenzen over ging. Het meest verwarrend is misschien wel dat je op het moment dat je erin zit geen idee hebt waar je middenin zit. En op het moment dat je eruit stapt geen idee hebt wat er is gebeurd.”  
  • Over de apostel: “Hij was onze eigentijdse Christus en wij waren zijn uitverkorenen, Ik leerde om mijn eigen identiteit ondergeschikt te maken. Het draaide om de Apostel, de groep en de missie. ”   
  • Over het zwijgen, toen: “Wat wij deden was geheim. Je sprak er niet over. Uit angst, schaamte, loyaliteit, verwarring. Bij mij op school zaten zeker tien andere Apostelkinderen, maar niemand wist dat wij elkaar kenden. Het waren twee levens die strikt gescheiden waren en waar niemand iets vanaf wist.”  
  • Over het aanhoudende zwijgen, ook na uittreding: “Toch spraken we samen nooit over die periode. Het was te ingewikkeld, te pijnlijk en te verwarrend.” 
  • Over het schrijfproces: “Mijn boek Apostelkind heb ik geschreven omdat ik de geschiedenis van het Genootschap wilde begrijpen en daarmee ook mezelf. Het was niet makkelijk om in dit verleden te duiken, vragen te stellen bij dingen die voor mij altijd zo vanzelfsprekend waren, pijnlijke feiten te ontdekken, en schrijnende verhalen te horen van andere Apostelkinderen. Maar ik ben wel blij dat het verhaal nu is vastgelegd, en wat het boek teweeg heeft gebracht.”  
  • Over het onderzoeksproces: “Eén van de moeilijkste ontdekkingen vind ik dat het één groot spel is waar wij met z’n allen aan mee hebben gedaan. Binnen het Genootschap was alles gescript van begin tot eind. We zijn zó geïndoctrineerd. Er was controle op onze gevoelens, gedrag, emoties en informatie. Je hebt daardoor geen idee meer wat hoort bij je eigen persoonlijkheid en wat is aangepraat.”  
  • Over nu: “Kijk goed, ook in je eigen spiegel. Wees nieuwsgierig en ontdek. Wat ik mijn eigen kinderen wil meegeven is dat ze genoeg zijn. Dat ze hun eigen weg mogen zoeken, en mogen dolen en verdwalen, omringd door dierbaren, net als ik dat nu zelf probeer te doen.” 

Met dank aan #Libelle (voor het interview) en #Balans (voor de boekuitgave)

Klik hier voor het volledige interview

Een interview

Hartje zomer werd ik geïnterviewd door de Libelle. In de zinderende hitte. Volgende week donderdag (op 20 oktober) ligt het blad in de winkels. Met een gesprek over ‘Apostelkind’. Over het samenzijn, zwijgen en schaamte, verwarring en loyaliteit, de zoektocht naar feiten en herinneringen, kijken en wegkijken, en dat je er mag wezen, gewoon omdat je er al bent. Ik ben benieuwd…

Meer dan genoeg

Na een drukke periode op het werk en thuis heb ik toch weer besloten om wat te bloggen. Eigenlijk wilde ik het ‘apostelkindboek’ volledig achter me laten, maar nog steeds ontvang ik brieven van lezers – vooral van ex-leden maar ook van boze voorgangers en volgelingen. De ex-leden schrijven me over hun ervaringen, mooi en integer, maar ook vol woede en verdriet. Wat zit dit diep bij velen… Bij velen heeft het boek heeft de boel opengebroken, en het ‘helen’ zal veel tijd kosten, dat is mij inmiddels (ruim 2 ½ jaar na de publicatie) wel duidelijk geworden. En velen kunnen dat niet alleen. Daar is (extra) hulp voor nodig.

Na het boek reageerden sommige Leiders en leden op schandalige wijze, maar er waren ook eerlijke open reacties. Uiteindelijk zijn er publieke excuses gemaakt, er was een Meldpunt, er zijn schadevergoedingen uitgekeerd aan mensen die beschadigd zijn tijdens hun intensieve apostolische opvoeding. De apostel is vervangen door een nieuw bestuur. Natuurlijk snap ik dat Het Genootschap verder wil.‘Het Werk moet doorgaan’, zo gaat dat al tijden. Maar een beetje beter en langer stilstaan, met oprechte aandacht en compassie voor oud-leden, dat zou handig zijn. Want doordenderen, op naar de volgende hypes en trends en rages (‘verbinding’ enzo) om zo er weer fraai en vernieuwend uit te zien, daar is het Genootschap een ster in. Meewaaien met nieuwe winden, dat is makkelijk, veel te makkelijk, zo is ook te zien op de apostolische site van ‘Iederal’.

Zo worden er nu weer lezingen gehouden door ‘buitenstaanders’, bijvoorbeeld over ‘Je bent al genoeg’ door psycholoog Thijs Launspach. Misschien was het toch handig geweest als deze expert zich van tevoren beter had geinformeerd over dit Genootschap. Dan was hem veel duidelijk geworden. Bijvoorbeeld dat we als apostelkinderen nooit ‘genoeg’ waren, dat dat een manier was om ons klein en volgzaam te houden. Dat juist dit punt enorm veel schade bij veel apostelkinderen heeft veroorzaakt. Dat dit in veel religieuze groepen zo is, maar in deze gesloten groep toch nog wel een tandje erger, met een Levende Christus als onze Norm en Levensvriend erbij. En nee, dat is nog niet over, dat is niet het verleden, maar dat speelt nog steeds, in de tegenwoordige tijd. De Man Gods is vertrokken, maar de gevolgen blijven dooretteren.

En in november vindt Kevin Weyers het tijd voor nieuwsgierigheid. ‘Kevin daagt je uit je nieuwsgierigheid ruim baan te geven,’ zo prijst de wervende website zijn sessie aan. ‘Door te erkennen dat je iets niet weet, sta je open om nieuwe dingen te ontdekken.’ En er staat ook nog: ‘Waar ben jij echt nieuwsgierig naar? Kevin stimuleert je daarover na te denken en er wat mee te gaan doen.’ Dat prikkelt mijn eigen nieuwsgierigheid dan weer. Dan vraag ik me toch af: hoe zit het met Kevins eigen nieuwsgierigheid? Zou hij zich hebben verdiept in het Genootschap? Of zou hij een ‘goed gesprek’ met de nieuwe leiders van het Genootschap hebben gehad, waarbij ze hem hebben overtuigd, met de gangbare apo-slogans: ‘nu is alles anders’ en ‘de luiken zijn nu open’ en ‘we leven vanuit de 4 V’s: verwondering en verbondenheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid’ en ‘we hebben het verleden achter ons gelaten’. Of heeft hij verder gekeken dan zijn neus lang is, en ook gesproken met oud-leden? Ik denk van niet, maar ik ben benieuwd!

Wat is de doelgroep van deze lezingen? Met wie willen deze sprekers in gesprek? Met apostelkinderen? Nee, dit lijken me betaalde, openbare lezingen. Ieder-al is immers voor Ieder-Een, waarbij het imago van het Genootschap weer kan worden opgepoetst, nu richting iets vrijzinnigs en iets humanistisch. Dat is de nieuwe koers, want ‘het Werk zal nimmer ondergaan’ en ‘wij zijn vernieuwend bezig’. Mijn eigen oplossing lijkt me eenvoudiger: Genootschap, sta eens wat langer stil, gooi niet meteen een nieuwe laag over de oude troep heen, wees creatief, open en nieuwsgierig, en organiseer lezingen voor apostelkinderen over zaken waar ze nog steeds in hun dagelijkse leven tegenaan lopen. Open voor iedereen, over alles. Voor Ieder-Alles. Met uitstekende, deskundige sprekers. En het liefst gratis. Want onze grootouders, ouders en wijzelf hebben al meer dan genoeg bijgedragen aan de pot van een half miljard euro cash (en miljarden aan ontroerend goed). Geld zat om IEDERal op te heffen, en te vervangen door ‘OPENal’ voor echte, eerlijke openheid.

Ik kan vast een voorzetje geven met onderwerpen waar apostelkinderen mee worstelen, zo blijkt uit de honderden brieven die ik heb gekregen: autonomie en groepsdruk, schuld en schaamte, hierarchie en autoriteit, geloof en grensoverschrijdend gedrag, schijnveiligheid en schijnheiligheid, gevolgen van zwijgen en geheimen, vertrouwen en zelfbeeld, niet geloofd worden door binnen- en buitenwereld, loskomen uit sektes / cults/ gesloten groepen, en nog veel meer.

Aan ‘buitenstaanders’, die voor het Genootschap werken, zou ik willen vragen: welke criteria hanteren jullie bij het aannemen van dit soort opdrachten? Hebben jullie je goed laten informeren? En zo ja, hoe? Hebben jullie ook met mensen buiten de groep gesproken? Waarom krijg ik wel honderden emails van ex-leden, maar nooit van jullie, van dit soort sprekers, voordat jullie een dergelijke opdracht aannemen? Is de nieuwsgierigheid dan toch voorwaardelijk, en afhankelijk van tijd en geld? Kost het teveel moeite je er even in te verdiepen? Of is de zeer ruime financiele vergoeding voor dit soort lezingen domweg te aantrekkelijk? Of spelen er andere zaken mee?

Geacht Genootschap, het hoeft niet meer, echt niet. ‘Je hoeft geen superheld te zijn,’ zoals psycholoog Thijs Launspach dat zelf glashelder zegt, ‘Alles wat je nodig hebt zit al in je.’ Ja. Precies. Dat dus. En dat geldt zeker voor het Genootschap: echt, jullie hoeven de wereld niet meer te onderwijzen met andermans levenslessen. Begin gewoon bij je eigen groep en je eigen oud-leden. Want je bent al genoeg. Het is genoeg geweest. Meer dan genoeg.

lezing georganiseerd en betaald door het Apostolisch Genootschap, november 2022
lezing georganiseerd en betaald door het Genootschap, oktober 2022

Waar ligt je grens?

Mensen zijn groepsdieren. Wij willen graag opgaan in een groep, want ook dat geeft een gevoel van identiteit: ‘Hier hoor ik bij.’ En het brengt rust, want dan word je er niet telkens op gewezen dat je ‘anders’ bent. Maar aan de andere kant geeft een groepsidentiteit ook een gevoel van verlangen: ‘Hoorde ik hier maar bij!’ En soms brengt het een gevoel van vervreemding: ‘Pas ik hier wel bij?’ of ‘Wil ik hier wel bijhoren?’ (bijvoorbeeld als er op ‘Remembrance Day’ niet alleen twee minuten in acht wordt genomen, maar ook een lichte vorm van militarisme in de lucht hangt).

Wanneer besluit je te vertrekken? Als we als docenten de aanwezigheid van studenten moeten bijhouden om zo ‘radicaliserende studenten’ te kunnen opsporen, of als we verdachte essays aan de politie moeten overhandigen? Als het parlement naar huis wordt gestuurd door een minister-president die meer en meer macht naar zich toetrekt? Als Boris Johnson de vrijheden van burgers nog meer gaat indammen onder het mom van COVID-19? Als dit land zich nog meer gaat isoleren na een eventuele harde Brexit die nu in de lucht hangt? Als buitenlanders nog minder welkom zijn? Als er nog meer polarisatie, racisme en ‘hate crime’ komt?

Wanneer wil je er niet meer bijhoren? Of wanneer kán je dat niet meer? Die vragen heb ik me al eerder moeten stellen. Als een man zich ‘apostel’ noemt? Of Man Gods, Mond Gods, en eigentijdse Christus? Als we hem in tientallen liederen bejubelen? Als we zien hoe individuen zich opofferen voor de groep? Als de Leidsman zijn macht misbruikt ten koste van loyale harde werkers? Als we zelf niet meer begrijpen waar we in geloven? Als alles recht wordt gepraat wat krom is? Als wordt gezegd dat de feiten kloppen, maar het toch om ‘een gevoel’ gaat? Als de beeldvorming naar buiten toe anders is dan de praktijk binnen de muren van de Gebouwen? Als we samen – met 2000 volgelingen- de vuist in de lucht steken? Ons ongemakkelijk voelen, maar het tóch doen?

Waar lag jouw grens?

‘Wij houden de fakkel brandend’, tijdens apostolische bijeenkomst in de Rotterdamse Doelen, 2001

Coups: language matters

The past four months have been quite hectic at work. In September, the university decided to return to face-to-face teaching while the case numbers of COVID were actually higher than when campuses were first closed in March. It was a challenge to revise the seminars and lectures (with compliance of the restrictions), to memorise students’ names (with those masks) and miraculously we didn’t get pneumonia (with all the open doors and windows to ensure ventilation). Despite the risks, I really enjoyed the personal contact. In December, however, it was decided this policy was not safe anymore, and everything moved back again to online teaching. Moreover, not just a national lockdown was reinstated (living and working with two teenagers on 70 square meters has been fun and challenging at the same time), but the borders closed as well because of the new British virus-variant (with transport via air, road, rail and sea coming to a standstill).

my teaching material, January 2021

New year, new events, new questions

Fortunately, students seem to be more motived than ever, which is inspiring. Moreover, the world is changing rapidly, leading to new questions in my research field, such as: do democracies perform better compared to dictatorships during the COVID-crisis, is populism in retreat, what are the explanations and effects of Brexit, etc… A week ago, another question became suddenly topical: what is a coup? And to be more specific: can the events in the United States be described as an (attempted) coup, or should we use less alarming terms such as ‘protests’ by ‘a mob’, ‘unrest’, ‘civil disobedience’,  ‘popular uprising’ or (a bit more forceful ) ‘insurrection’?

two snips of my teaching material, lecture 14/01/2021

So… what is a coup?

‘Coup’ is not a contested concept (like e.g. ‘democracy’) so defining ‘coups’ is eventually quite straightforward. Welch (1970: 1) claimed that ‘a coup is a sharp, clear event, easy to date and (i.e. if successful) possible to document.’ Coups are not just clear events, but also ‘illegal and overt attempts by the military or other elites within the state apparatus to unseat the sitting executive’ (Powell and Thyne 2011). Hence, the target of a coup is the chief executive. The perpetrators can be any elite who is part of the state apparatus (non-civilian members of the military and security services, or civilian members of government). The activity must be illegal, but violence does not need to be present, while the outcome can be successful (overthrowing of government/regime/system) but also unsuccessful (failed attempts).

Are coups common? No. Globally, coup attempts have been declining since the 1960s, and uncommon after the Cold War. Most coups took place in the Middle East, Africa and Latin America. And most of them have been failed attempts. Successful coups are very rare.

Powell and Thyne (2011)

USA events on January 6: a coup?

Some of my students and colleagues argued that the events on January 6 looked more like a crazy carnival or macabre musical. But it would be a mistake not to take the actions seriously: the ingredients of a ‘coup’ were clearly present. There was a clear target (the incoming executive) with illegal activities by groups (e.g. right-wing and conspiracy groups, and fanatic Trumpists) with clear goal (to disrupt the democratic process). Already at the end of September, Trump told the Proud Boys (an extreme right-wing group) to ‘stand back and stand by’. Thereafter, plans and plots to disrupt the electoral process were shared on the Internet. The president knew about it and could have decided to prioritize security – instead, since the beginning of November, Trump has sought to undermine the integrity of the presidential election, has rejected the results, urged voters to illegally vote twice, sought to disenfranchise voters, and even tried to coerce officials to alter the vote results. On January 6, he went a step further and encouraged his supporters to ‘walk down to the Capitol,’ to ‘demand that Congress do the right thing,’ to ‘take back our country’ and to ‘show strength.’

So, this was a coup. Trump provoked a deadly insurrection at the Capitol (‘fight like hell’) helped by his ally Rudy Guiliani (‘let’s have a trial by combat’). To be more specific, it was a failed attempt of a self-coup. In self-coups, sitting executives aim to increase their power by overturning electoral outcomes. In self-coups, the head of government is one of the perpetrators, rather than military officers or others who want to weaken the chief executive. Examples of such coups can be found in America’s own backyard: President Alberto Fujimori of Peru, for example, dissolved the congress in 1992, and President Jorge Serrano Elías of Guatemala tried to do the same in 1993. More recently, President Evo Morales of Bolivia claimed he had won the elections, thereby rejecting the actual results, and in the end, he had to leave the country.

Watch (46 sec): When questioned by a reporter, U.S. President Donald Trump was unwilling to commit to a peaceful transfer of power should he lose the election in November

A coup, or protest: does it matter?

Why bother? Does the label really matter? Does it make a difference whether we call such events ‘a protest’, or a ‘coup’?  Yes, labels matter because they have influence on how we think about such events, whether we see them as problematic, which may hold real-life consequences. During the Cold War, the military in Argentina, Brazil, and Paraguay classified their coups as ‘revolutions’ to legitimize their actions. Labelling an event as a ‘coup’, on the other hand, may have serious consequences (suspension from international organizations, international sanctions, less development aid, even foreign military intervention).

As George Orwell argued in ‘Politics and the English Language,’ language can shape our thoughts and our political actions. If a violent armed stand-off with capitol police that forces the government into hiding would be labelled as ‘a protest’ with ‘protesters’, then the events are seen as a legitimate form of participation in the democratic process. The use of misleading labels can hinder our understanding, making it impossible to know how to respond.

Coups may look like carnivals. But let’s still call it a coup. Language matters.

Leven in Leugens

tekening: Erik van der Esch

De Sint was ons gisteren niet vergeten. Surprises, gedichten, cadeautjes, de hele rataplan. En buiten op de deurmat lag nog een extra verrassing: een pakket dat duidelijk niet door de brievenbus paste. Het was een boek, opgestuurd door een lieve lezer van mijn boek ‘apostelkind.’ Ik heb haar nooit ontmoet, maar ze vond dat ik dit boek (getiteld ‘Leven in Liefde’, hierna ‘LiL’) in mijn bezit moest hebben. Als broodnodige aanvulling op mijn apostolische archief.

Het LiL-boek van november 2020

Nieuwsgierig sloeg ik het LiL-boek open. Het is net gepubliceerd, een paar weken geleden. Voor buitenstaanders is het een soort luxe scheurkalender vol Happinezz-bespiegelingen. Voor Apostolischen is het een ‘Jubileumboek’. Dit voorjaar is het immers 75 jaar geleden dat Apostel Slok senior zich afsplitste van de internationale apostolische beweging, en een eigen koers ging varen, samen met zijn 30.000 Nederlandse volgelingen, wat 5 jaar later leidde tot de oprichting van het Apostolisch Genootschap met een eigen Geliefde Leidsman.

Reden dus voor een feestelijk LiL-boek, met voor elke dag een citaat uit de wekelijkse brieven die de apostelen van het Genootschap de afgelopen 75 jaar schreven, voor hun volgelingen, en die 2 keer per week werden voorgelezen in de 100 Gebouwen, verspreid over het hele land. ‘In dit boek vind je 366 betekenisvolle teksten,’ aldus de achterflap van het boek, ‘om de lezers te inspireren positief, bewust en liefdevol te leven.’

De apostolische samenstellers Rob Does (marketingman) en Hans Leeflang (topambtenaar bij de overheid) zijn in het apostolische archief gedoken en waren onder de indruk van de ‘consistente inhoud’ en samenhang van het materiaal: ‘Er is een directe, herkenbare lijn in alle teksten vanaf 1946 tot 2021.’ Volgens hun nawoord geven de volgende sleutelwoorden een goed beeld van de apostelbrieven: ‘aandacht’, ‘zorgvuldigheid’, ‘schoonheid’, ‘verwondering’, ‘mildheid’ en ‘standvastigheid’.

Even was ik in verwarring. Want ook ik heb (voor mijn eigen apostelkindboek) de wekelijkse apostelbrieven bestudeerd. Ook ik was zwaar onder de indruk van de samenhang en de ‘consistente inhoud’. Ook ik ontdekte interessante ‘sleutelwoorden.’ Maar ze komen totaal niet overeen met het lijstje van Does en Leeflang. Sterker nog: de citaten herkende ik ook niet. Dit terwijl ik hetzelfde materiaal heb uitgeplozen. Achterin het boek ‘Leven in Liefde’ staan gelukkig de bronnen vermeld. Het was voor mij dus een kleine moeite de citaten na te zoeken. Maar wederom kwam ik tot andere conclusies…

November 2020, LiL-boek samengesteld door Rob Does en Hans Leeflang

Op citatenjacht: ‘Er is te veel informatie. Hoe selecteren we?’

Laat ik een paar voorbeelden  geven. Op 6 januari bevat het LiL-boek een citaat over informatie: ‘Duizend en één stemmen willen gehoord worden, er is veel te veel informatie. Hoe selecteren we en waar luisteren we naar?’ Klinkt goed. Acceptabel. Maar laat ik teruggaan naar de oorspronkelijke bron: het citaat komt inderdaad uit de ‘Richtlijnen voor de Jeugdarbeid’ (van januari en februari 1987) en ze gaan voornamelijk over de apostolische identiteit, zich verbindend aan de ander, en daarbij luisterend naar apostel Slok junior. Een citaat: ‘Er zijn dingen in het leven die zo essentieel zijn dat je je er helemààl voor moet geven. Een beetje Apostolisch-zijn heeft geen zin: het is àlles of niets! De levensroeping is voor alle mensen hetzelfde: ik ben er opdat God er zijn zal! Die roeping is dus niet iets specifieks voor het Apostolisch Genootschap. Specifiek is wel dat wij in de Apostel de Mond Gods van vandaag mogen kennen en erkennen. Mijn leven is een antwoord op de Roepstem Gods!’ Daar kan ik in het boek van Rob Does en Hans Leeflang dus niets over terugvinden…

Een tweede voorbeeld? Op 21 juli bevat het LiL-boek een citaat over perfectionisme: ‘Het geeft een scheve kijk op de dagelijkse werkelijkheid. (…) een onhaalbaar ideaal (…) staat echt contact met de ander in de weg.’ Met moeite vind ik het citaat in de 13de weekbrief van 1982, die eindigt met een beschrijving van Slok senior over zijn ‘roeping’ als Leidsman in 1946: ‘Christus is er… Men heeft het 2000 jaren geleden willen “begraven” maar het lukte niet om de Liefde, het Leven, te begraven. En dat we nu van deze Opstanding getuigen mogen zijn en beleven.’ Na ruim 20 eeuwen hadden Apostelkinderen het voorrecht hun eigentijdse Christus te kennen: hun eigen apostel Slok was opgestaan. Ook dat citaat is onvindbaar in het LiL-boek.

Eenzaamheid en geestelijke gezondheid

Nog eentje? Het LiL-citaat op 14 augustus gaat over eenzaamheid: ‘Juist als je je eenzaam voelt, heb je behoefte aan contact. Daarvoor is het nodig dat je de ander opzoekt.’ Het citaat komt inderdaad uit een weekbrief van 1981, maar de samenstellers van het LiL-boek negeren de kern van deze weekbrief over de noodzaak van een ‘Levensmeester’ die je helpt, en over de vereenzelviging ‘met het wezenlijke, met de gedachtewereld van de Apostel (…) Zonder deze versmelting, waaruit een nieuwe geboorte kan voortkomen’ ontstaat er geen ‘zielskontakt’ met de ander en geen ‘zinvolle samenleving’. Ook deze eis van overgave aan de Geliefde Leidsman wordt over het hoofd gezien door de samenstellers van het apostolische LiL-boek. Best knap, want vrijwel elk apostolisch schrijfsel bejubelde de heer Slok senior, en later zijn zoon, van 1946 tot 2001.

Nou, een laatste poging dan. Misschien kan ik dit citaat wel vinden. Op 21 september krijgt de LiL-lezer een peptalk: hoe ruimte en innerlijke rust te vinden. Wanneer je met anderen verbindt ‘dan kan je loslaten wat je gevangen houdt en is er ruimte om over je echte verlangens na te denken.’ Dit citaat kan ik vinden in de oorspronkelijke weekbrief van 15 maart 1981, maar de rest van deze weekbrief gaat over de geestelijke gezondheid van apostolischen, suggererend dat zij geen ‘zenuwarts’ nodig hebben maar kunnen rekenen op hun ‘eigentijdse Christus’. Verder deelde Slok senior het wel en wee van een apostolische familie die hun dochter verloor door een verkeersongeluk. In deze weekbrief vertelt hij aan alle volgelingen dat hij de moeder in het openbaar, voor haar hele gemeenschap, had getroost: ‘Ik heb haar hoofd tussen mijn handen genomen, haar een kus gegeven en vrijgesteld van de innerlijke aanklacht tekort geschoten te zijn.’ Slok als psychiater, rechter, en Levensvriend. Ook dat staat niet in het LiL-boek.

Manipulation of memory’

Helaas kon ik andere citaten ook slecht (of niet) vinden, maar dat is verklaarbaar, zo lees ik in een reactie van Does en Leeflang over hun bloemlezing voor het LiL-boek: ‘Soms is de tekst van enige tijd geleden, soms actueler, maar altijd actueel gemaakt en passend bij nu.’ En in het nawoord staat: ‘Nergens beweren we de absolute waarheid te kennen.’

Tja.

Geef mij toch maar gewoon de waarheid. Niet mooier gemaakt dan hij eigenlijk was. Niet verpakt in een nieuw sausje. Niet nodig voor mij. Geen geschiedvervalsing, maar gewoon de feiten, de letterlijke teksten, met bronvermelding. Geen beeldvorming maar waarheidsvinding. Hoe pijnlijk ook.

Het herschrijven van de geschiedenis, het bewust achterhouden van informatie, het vervormen van feiten om alles bijzonder te maken voor de eigen leden en acceptabel voor de buitenstaanders… Dat is overigens sektegedrag. En het is tevens typisch apostolisch. Hierdoor bleven leden en ex-leden decennialang in verwarring achter (‘ben ik nu gek?’ en ‘heb ik het wel goed gezien?’ en ‘laten mijn herinneringen me nu in de steek?’) en krijgen ze nog steeds een witgewassen verleden voorgeschoteld. Zoals George Orwell het zo mooi formuleerde: ‘Who controls the past controls the future. Who controls the present controls the past.’

Karen Armstrong, compassie en kennis

Een leven vol leugens. Ik ben er zat van. Daarom zal ik af en toe een herkenbaar en kernachtig apostel-citaat plaatsen op deze website.

Voor degenen die het LiL-boek hebben aanbevolen zonder zichzelf in de genootschapsgeschiedenis te verdiepen. Zo schrijft professor Hans Alma (VU, betaald door Apostolisch Genootschap) over het boek: ‘Leven in Liefde kent een grote diversiteit, maar ook een verrassende samenhang. Het boek biedt momenten van aandacht en verwondering in onze drukke bestaan, en nodigt uit tot een dagelijkse oefening in geloof, hoop en liefde.’ Ik denk niet dat deze hoogleraar de moeite heeft genomen de citaten te controleren, laat staan zelf in het apostolische archief te duiken. Dat hoeft ze ook niet, want haar opdracht is om zich op het heden te richten: zij mag uitzoeken wat het nieuwe label van het Genootschap (‘religieus-humanisme) eigenlijk inhoudt.

En voor de zekerheid zal ik de apostelteksten ook naar het Engels vertalen. Speciaal voor degenen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Want het Genootschap heeft de wereldberoemde Karen Armstrong weten te strikken: zij schreef een inspirerend voorwoord in het apostolische LiL-boek, over compassie, pijn en vergeving. Armstrong is een interessante denker, en met meer dan 20 boeken over verschillende religies is haar oeuvre zeer indrukwekkend. Maar of ze zich heeft verdiept in de apostolische beweging, dat betwijfel ik. En of ze de Nederlandse taal machtig is, dat zou me ook zeer verbazen. Dus speciaal voor haar, en alle andere beroemde buitenstaanders die ‘compassie’ hoog in het vaandel hebben staan: laten we eerst bij ‘kennis’ beginnen.

En voor apostolische leden en ex-leden: laten we elkaar niet meer voor de gek houden. Laten we de feiten onder ogen zien. Dat lijkt me een perfect plan, juist in deze sinterklaastijd, want zo las ik in het AD: ‘Vanaf het vijfde levensjaar is een kind in staat de fantasiewereld van de werkelijkheid scheiden.’ Een zoet sprookje loslaten zal niet makkelijk zal zijn want ‘kinderen kunnen verdrietig zijn, omdat ze een fantasiewereld moeten opgeven. Ze kunnen zich bedrogen voelen.’ Het zij zo. De kleutertijd is voorbij.

tekening: Erik van der Esch

‘Ik ben een pacificatie-gelovige’ Interview met Arend Lijphart (deel 2)

Deel 2: over verzuiling en religie, en over de geloofsgroep waar politicoloog Arend Lijphart (1936) zelf in opgroeide, de Christian Scientists

Klik hier voor deel 1: over Amerika en Nederland, polarisatie en verzuiling

Het eerste deel van het interview eindigden we in Amerika, over de huidige politiek en polarisatie daar. Maar ik wil even terug naar de Nederlandse geschiedenis… In je vroege werk beschrijf je hoe Nederland was opgedeeld met de katholieken, protestanten, socialisten en liberalen in aparte zuilen. Toch pasten de kleinere groepen niet in dit verzuilingsplaatje. Groepen zoals de Christian Scientists en het Apostolisch Genootschap gingen hun eigen weg en bleven verborgen. Hoe valt dat met elkaar te rijmen? 

“Die kleine groepen waren in feite kleine ‘zuiltjes’.  De grote zuilen konden binnen de eigen grenzen grotendeels zichzelf besturen en hun eigen gang gaan. Van dat recht hebben kleinere groepen ook dankbaar gebruik kunnen maken. Maar in het grotere politieke geheel hebben ze natuurlijk weinig invloed kunnen uitoefenen. Ze trokken zich nergens wat van aan en bevonden zich in hun eigen wereld. Ze werden makkelijk vergeten omdat ze te klein zijn. Ze kregen daardoor geen aandacht, raakten nog meer in de marge, en nog meer afgesloten van hun omgeving. Hierdoor is er ook weinig expertise rondom die kleinere gesloten groepen in Nederland. Dat is erg jammer.”  

De kleintjes pasten dus niet in het algemene plaatje met de vier grote zuilen, maar tegelijkertijd profiteerden ze daar ook juist van.   

“Ja. Zulke groepen raakten extra gesloten. Maar dat gold weer niet voor de allerkleinste groepen. Tijdens mijn jeugd woonde ik op de Veluwe waar ik opgroeide als Christian Scientist. Omdat er heel weinig Christian Scientists (ik noem ze ook wel “CS’ers”) in Nederland waren, was het niet echt een groep, en dus geen gesloten wereld. Maar op mijn 19de jaar vertrok ik naar Amerika waar veel meer CS’ers woonden. Daar waren ze wel degelijk een aparte groep.”  

Het geloof is ontstaan in Amerika. Hoe? 

“In 1875 schreef Mary Baker Eddy haar boek Science and Health, waarin ze betoogde dat ziekte een illusie was. Dit boek vormt samen met de Bijbel de basis van het geloof. Het werd de snelst groeiende religie in de Verenigde Staten, met bijna 270.000 leden in 1936. Het aantal leden is drastisch afgenomen en nu zijn er minder dan 40.000 CS’ers, hoewel er onduidelijkheid over is. Maar in Amerika was er dus een behoorlijk grote groep. Met een eigen tijdschrift, eigen boeken, en zelfs een eigen kleine universiteit: als 19-jarige ging ik naar het Christian Science college waar ik een goede opleiding heb gekregen in de politicologie.” 

Image preview
Mary Baker Eddy (rond 1853)

Kan je meer vertellen over het CS-geloof?  

“In Amerika is de CS-kerk een aparte wereld, met een eigen taalgebruik. De CS-kerk heeft geen rituelen zoals bijv. in de Katholieke kerk. Zondagsdiensten bestaan voornamelijk uit het oplezen van bijbelteksten en gedeelten van het CS-leerboek Science and Health. De woensdagavonddiensten zijn getuigenis-diensten waarin de leden voor elkaar getuigenissen kunnen afleggen over hoe CS hen geholpen heeft.  Dat is iets aparts en kan misschien een ritueel genoemd worden.  

Het taalgebruik is ook anders. Eén aspect van CS dat buitenstaanders vaak kennen is het geloof in gebedsgenezing. Dat is inderdaad een belangrijk deel van CS. Daarbij horen ook speciale termen. Als je maar ‘de waarheid weet’, dan moet het wel goed met je gaan. Dat is dan een ‘demonstration’, een ‘working out’. Je kunt ‘demonstrate good health’ en ‘demonstrate success’ en ‘demonstrate supply’.  Dat moet je echter heel goed weten. En dan moet je je niet laten verleiden door verkeerde ‘beliefs’, ‘illusions’, ‘challenges’ en ‘errors’. God is zowel goed als almachtig, en daarom bestaan kwaad, ziekte, en ongelukken in feite niet.”  

In Boston staat een CS-kerk. Toen Martin en ik er woonden, konden we er niet omheen. Een imposant bouwwerk. Op de muur staat dat alleen de menselijke geest kan lijden, en alleen de goddelijke geest kan genezen.

“‘Disease is mental, hence the fact in Christian Science that the human mind alone suffers, and the divine mind alone heals it.’ Dat staat op de muur. Ziekte is een mentale kwestie. De waarheid is dat God goed is, nooit iets slechts heeft gecreeerd, en nooit pijn kan veroorzaken. Als er iets mis gaat, dan is het dus niet deel van de werkelijkheid, maar een reflectie van de beperkingen van de ‘human mind.’

Erge dingen zijn niet echt gebeurd, want God is goed. Dus als je ziek wordt, dan is het niet Gods wil maar dan is het de aard van de sterfelijkheid, en dat is gebaseerd op ‘fout’.  Je moet niet ‘fout’ denken, en je niet laten verleiden tot verkeerde gedachten, want het kwaad bestaat niet, en dus ben je niet ziek. Je kan deze foute gedachten alleen corrigeren door gebed.”  

Hoe was het om met zo’n gedachtegoed op te groeien?  

“Als je iets ergs meemaakt zoals kanker of een verkeersongeluk, dan zie je het verkeerd, want God laat geen slechte dingen toe. Dus als je nu de snelweg oprijdt, en komt in een ernstige kettingbotsing terecht, dat is het eigenlijk niet gebeurd. Want God zou dat niet hebben toegelaten.”

Mother Church in Boston, gebouwd in 1894 (foto van ansichtkaart)

Deze manier van denken klinkt logisch, maar het lijkt me ook ingrijpend. 

“Deze aanpak heeft vaak ellendige gevolgen. Een van mijn schoonzussen, die woonde en werkte in een hechte CS-gemeenschap, kreeg borstkanker. Zij wilde dit uitsluitend door gebed (‘de waarheid weten’) proberen te genezen. Uiteraard lukte dit niet en zij heeft twee jaar ontzettend veel pijn geleden totdat ze eindelijk gestorven is.”    

Apostolischen gingen bij lichamelijke klachten gelukkig wel gewoon naar de dokter. Maar ik herken ook zaken. Zo zorgde het Genootschap voor de geestelijke gezondheid. En ook wij moesten vooral het Goede zien. ‘Ik moet het zien zoals oom Apostel het ziet, en anders zie ik het nog niet goed’, moesten alle kinderen in hun mappen schrijven. Maar dat kan heel verwarrend zijn. Want wat als je het anders ziet?  

“Ja, het is verwarrend. Aan de ene kant zit er natuurlijk wel iets goeds in positief denken.  Aan de andere kant was ik vaak bang voor mijn eigen gedachten.  Als ik niet goed genoeg zou denken, zou dat kwalijke gevolgen kunnen hebben.  Dat is iets om de zenuwen van te krijgen!” 

Heb je ook mooie herinneringen aan het CS-geloof?  

“Ik heb er goede vrienden van over gehouden. Ik ben ook dankbaar voor de gedegen opleiding in de politicologie die ik van Principia College (het CS-college) heb gekregen in Amerika. Die opleiding was goed genoeg om te worden aangenomen om de Graduate School van Yale University. En nog een kleinigheidje: Christian Scientists mogen niet roken en geen alcohol drinken; dat heeft me in elk geval gered van een rookgewoonte!”  

Hielden die positieve ervaringen je in de groep?  

“Gedeeltelijk wel, maar toch was het meer de gewenning. Zo’n geloof vormt je en ik zie het opgroeien in zo’n geloof als een langdurige gewoonte. Daardoor blijf je. Ik denk dat hetzelfde geldt voor de meeste andere godsdiensten. Maar rond mijn twintigste begon ik mijn twijfels te krijgen. Toen zat ik nog op het Christian Science college.

Waar twijfelde je vooral over?

“Er was geen echte discussie over ‘waarheden’ in het geloof. Dat begon me steeds meer tegen te staan, vooral ook omdat Christian Science zich niet alleen als geloof ziet, maar ook als wetenschap. En het begon me ook steeds duidelijker te worden dat de leiding van de CS-kerk extreem autocratisch was. Alles wordt vanuit Boston geregeld door een oppermachtige Board of Directors met slechts vijf leden. Als er een vacature is dan zorgt de Board voor aanvulling. Het is allesbehalve democratisch. Het grootste deel van de zondagsdiensten (met teksten die worden voorgelezen door de zogenaamde ‘First Reader’ en ‘Second Reader’) wordt ook elke week vanuit Boston gedecreteerd.”  

CS-folders en tijdschriften (november 2020)

En toen besloten jullie eruit te stappen. Hoe ging dat?   

“Mijn vrouw en ik zijn er, net als jullie, uitgestapt toen we ongeveer 25 jaar waren. Er was nog wel veel familie die gelovige CS’ers zijn gebleven: mijn moeder, tantes, schoonouders, schoonzussen. Zij hebben nooit echte druk op me uitgeoefend om tot de kerk terug te keren. Die oudere generatie is er nu niet meer. Er is maar één familielid die nog bij het CS-geloof is: een schoonzus die nu 80 jaar is. Zij is ook de enige CS’er met wie ik nog contact heb.    

Mijn CS-college heeft een jaarlijkse reünie van oud-studenten, maar ik ga er nooit heen. We spreken gewoonweg niet dezelfde taal. Ik heb vier vrienden overgehouden van mijn tijd op het CS-college. Hen zie ik wel geregeld. Maar zij hebben, net als ik, allemaal de CS-kerk de rug toegekeerd. Ik probeer zoveel mogelijk CS’ers te vermijden. Het is niet meer mijn wereld, al bijna 60 jaar lang. Ik geniet van mijn kinderen en kleinkinderen. Ze wonen allemaal bij me in de buurt. Dat is heerlijk.”  

Na het verlaten van het CS-geloof ben je een wereldberoemd politicoloog geworden. Heeft je religieuze achtergrond invloed gehad op je wetenschappelijke werk en manier van denken?  

“Binnen het geloof heerst een ‘top-down’ logica, waarbij vanuit algemene wordt geredeneerd. CS-denken is erg deductief. Op basis van waarheden worden er gevolgtrekkingen getrokken, en worden er uitspraken gedaan over het bijzondere. Een deductief argument is vanzelfsprekend ‘waar’. Zo’n stelling kan niet weerlegd worden, maar wel geïllustreerd worden door specifieke waarnemingen. Aan deze manier van denken heb ik dus een grondige hekel gekregen. Daarom ben ik ook geen bewonderaar van de deductieve rational choice aanpak in de politicologie.”  

Tjee… dat herken ik ook volledig. Ik schrijf er zelfs over in mijn boek Apostelkind. ‘Eerst goed kijken, dan pas een stelling: dát mag dus ook in onderzoek’, staat in 1 van mijn herinneringen aan mijn Leidse studietijd. Wat geweldig vond ik dat.  

“Precies. Dat vond ik heel vervelend aan het CS-geloof: waarheden die je niet kon weerleggen. Van de weeromstuit ben ik veel meer inductief in mijn denken geworden. Dan kijk je naar de empirische realiteit, en op basis van specieke waarnemingen ga je zoeken naar algemene wegmatigheden. Inductief redeneren is een ‘bottom-up’ aanpak. Van het kleine naar het grote. Daar houd ik van.”  

En toch heb je wel eens over jezelf gezegd: ‘Ik ben een pacificatie-gelovige’.   

“Haha. Tegen die term heb ik geen bezwaar. Maar alleen omdat mijn modellen ontwikkeld zijn op basis van de politieke praktijk. Niet omdat het bij voorbaat al een algemene waarheid voor me was. En bovendien kan mijn zogenaamde geloof worden onderzocht. Alles kan onder de loep worden genomen en geanalyseerd. En niks staat vast. Dat opent weer nieuwe deuren. Nieuwe inzichten.”  

Image preview
CS-kerk in Stratford-upon-Avon (Engeland)

NASCHRIFT: 

‘Nieuwe deuren, nieuwe inzichten.’ Deze woorden blijven nog dagenlang na het interview door mijn hoofd spoken. Ook afgelopen vrijdagmiddag: met Martin maak ik een wandeling door het vrijwel uitgestorven Stratford-upon-Avon, een stadje waar we regelmatig komen, vooral omdat onze zoon er naar school gaat. Alles dicht vanwege de ‘lockdown’ door COVID-19. Korting op kerstversiering, achter glas. Ganzen vechten om een broodkorst, onder een verlaten reuzenrad. Alle bankjes zijn vrij, maar kletsnat. Tamelijk troosteloos.  

We lopen in de buurt rond het gebouw waar William Shakespeare als kind leerde lezen en schrijven. Op nog geen 200 meter van deze school blijft Martin plotseling staan: ‘Kijk, hier is ook zo’n groep.’ En ja, achter een soort winkelpui bevindt zich een CS-kerk. Een etalage vol mentale middelen: opbeurende Bijbelse spreuken en citaten uit het boek van Mary Baker Eddy. ‘Hier moeten we vaker voorbij zijn gelopen,’ zeg ik, ‘Argeloos. Het was me nooit opgevallen.’ 

Maar nu blijf ik staan, verzamel ik verregende foldertjes, en lees ik de CS-teksten. Over ongelijkheid en armoede in de wereld, over natuurrampen en COVID-19. Dat je niet bang moet zijn. Dat je positief moet denken. Dat je moet werken aan een betere wereld. Dat alle negativiteit een mooie wending kan krijgen. ‘Altijd weer die angst’, zeg ik, ‘altijd weer het Goede willen zoeken en willen zijn… Hoeveel kinderen zouden hierin worden ondergedompeld?’ Maar Martin hoort me niet meer. Hij is de hoek omgelopen. Onze zoon ophalen. 

Shakespeare’s klaslokaal, in Stratford-upon-Avon (Engeland)